Schaarse ruimte optimaal benutten

De ruimte in stedelijk gebied wordt steeds schaarser. Door inbreidingen, opvang van water, wens tot meer groen en niet te vergeten de energietransitie. De gemeente is hierin de regisseur.

Hieronder leest u een aantal ontwikkelingen die de druk op de openbare ruimte vergroten.

Inbreiding
Een deel van de woningopgave realiseren we door herinrichting binnen bestaand stedelijk gebied. Dit kan tot een toename van verhard oppervlak leiden. Het water dat daar valt, kan niet meer natuurlijk in de grond zakken. Het moet op een andere wijze verdwijnen, bijvoorbeeld via infiltratievoorzieningen of afvoer naar elders.

Meer groen
Gemeenten hebben, vanuit verschillende achtergronden, wensen tot meer groen. Denk aan een aangename leefomgeving, speelruimte voor kinderen, koelte (verlagen hittestress) of de tijdelijke opvang van hevige buien, die door klimaatontwikkeling toenemen in omvang en frequentie.

Opvang hevige buien
Om een bui op te vangen spelen twee factoren een rol: de omvang van de beschikbare berging en de afvoercapaciteit. Bij een hele grote berging (in bijvoorbeeld buizen, weg en groen) mag de afvoercapaciteit lager zijn. Maar ook met een hoge afvoercapaciteit naar het oppervlaktewater (naar de bodem is deze in Nederland vrijwel nergens te realiseren) blijft er extra ruimte nodig. Een gemiddeld riool voert 20 mm neerslag per uur af. Bij een bui van 80 mm in een uur is dan voor 60 mm opvang nodig. Dit vraagt ruimte van openbaar en/of particulier terrein, ondergronds en/of aan het oppervlak. De gemeente moet kiezen hoeveel risico ze accepteert en wat de gewenste uitvoering is.

Energietransitie
De omschakeling naar een duurzame energievoorziening is begonnen. Wat er precies in welke wijk gaat gebeuren weten we nu vaak nog niet. Warmtenetten, individuele warmtepompen of groen gas? Maar welke oplossing u ook kiest, de voorzieningen vragen om ruimte. Een warmtenet vraagt meer ruimte dan een gasleiding en een warmtepomp vraagt opslag in de bodem (of in de lucht).

Maar niet alleen de ruimte is een aandachtspunt. De impact hangt ook af van de gekozen oplossing, want groen gas vraagt minder aanpassing. Jaarlijks gaat voor de energietransitie straks 2 tot 3% van de openbare ruimte (deels) open. Dan zijn er graaf- of andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Op dit moment is de vervanging van de riolering en andere nutsvoorzieningen ongeveer 1% van de infrastructuur. Voor een groot deel in een gecombineerde aanpak. Ook bij een optimale afstemming zullen de werkzaamheden en overlast toenemen.

Gemeentelijke regie noodzakelijk
Voor een efficiënte verbetering van de openbare ruimte is een integrale aanpak wenselijk. Als je zaken tegelijk aanpakt heb je meer mogelijkheden en bespaar je kosten, omdat je maar één keer graaft. Ook de veiligheid (hulpdiensten) en bereikbaarheid vragen daarom. Een integrale aanpak beperkt bovendien de overlast voor bewoners en gebruikers van de openbare ruimte. Dat vraagt om een langetermijnvisie op de inrichting van de openbare ruimte, zodat een gemeente weet wat gewenst is als er kansen ontstaan.

Verleiden burger: integrale aanpak
Overstappen op andere energiebronnen, scheiden van waterstromen op eigen terrein en/of het aanleggen van een bergingsvoorziening op particulier terrein vragen om actie van de gebouweigenaren en bewoners. Medewerking is niet voor iedere eigenaar of bewoner vanzelfsprekend. Dat is het meest kansrijk als je één keer langskomt met iets wat hen ook iets oplevert. Dat vraagt om een integrale aanpak van de openbare ruimte én waar mogelijk koppeling met het sociale domein. Sommige deskundigen spreken van een stadsvernieuwing 2.0.

De rol van de raad

De gemeenteraad bepaalt de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. En geeft aan wat binnen de gemeente prioriteit heeft.

Stel uzelf de vraag:

Hoe ver moet de gemeente vooruitkijken?

Hoeveel wil ik investeren in de gemeentelijke regierol? Wat zetten we in de omgevingsvisie van mijn gemeente?

Vind ik het redelijk dat particulieren verplicht en op eigen kosten bijdragen aan de vermindering van wateroverlast door aanleg van extra groen en waterberging?

Hoe veel wil ik investeren in onderzoek en kennis voor een goed onderbouwde langetermijnvisie op de inrichting van de openbare ruimte?

logo Stichting RIONED

Stichting Rioned
Galvanistraat 1, 6716 AE Ede
T 0318 631 111
E info@rioned.org
www.riool.net

Cookieverklaring