Beperken gevolgen wateroverlast, droogte en hitte

Ze horen bij de klimaatverandering: hevigere buien, langere periodes van droogte en meer hitte. Wat kan een gemeente daaraan doen vanuit haar zorgplichten voor vuilwater, hemelwater en grondwater?

De stad als spons?
Door het vasthouden van regenwater in stedelijk gebied (infiltreren in de grond als dat kan) is er in tijden van droogte extra water beschikbaar. In de waterbalans bebouwd gebied ziet u waar het regenwater blijft, uitgaande van stedelijk gebied dat voor ongeveer de helft verhard is en voor de andere helft uit groen bestaat (de gemiddelde situatie in Nederland).

Waterbalans bebouwd gebied

In gebieden met gemengde riolen is ongeveer een derde van het regenwater beschikbaar om het grondwater aan te vullen. Bij systemen voor infiltratie van regenwater is dat ruim de helft, dus anderhalf keer zoveel. Andere mogelijkheden voor extra water zijn het hergebruik van het effluent van de zuivering en binnenlaten van oppervlaktewater van buiten het gebied. Met een wisselend peilbeheer kan ook water vastgehouden worden. In bestaand oppervlaktewater zijn de hoeveelheden daarvoor beperkt, want dat wordt ook gebruikt om te zorgen dat een hevige zomerse bui of droogte geen overlast oplevert.

Grondwater: niet te weinig en niet teveel
Daling van de grondwaterstand in de zomer kan schade veroorzaken. Zo kunnen bomen en planten schade oplopen of zelfs doodgaan. De kwaliteit van het oppervlaktewater kan verslechteren door lage waterstanden. En gebouwen kunnen verzakken, niet alleen als zij op houten palen gefundeerd staan (omdat die droogvallen en dan wegrotten) maar ook bij op ‘staal gefundeerde’ gebouwen omdat de draagkracht van de grond dan soms verandert.

Ook als grondwater lange tijd te hoog staat, kan dit leiden tot schade. Bijvoorbeeld gezondheidsklachten door schimmels en huisstofmijten, een rottende houten vloer, natte kelders of een verzakte weg. Er kan teveel grondwater zijn, zonder dat er schade ontstaat. We spreken dan van hinder, bijvoorbeeld bij een tijdelijk drassige tuin of natte kruipruimte.

Zowel bij schade door teveel als schade door te weinig grondwater geldt dat de eigenaar van het gebouw verantwoordelijk is. De gemeente is echter aansprakelijk als zij de schade heeft veroorzaakt door een ingreep te doen of juist na te laten.

Meer groen vraagt meer water
Bomen en planten kunnen bij hitte de temperatuur in stedelijk gebied verlagen, onder meer door het verdampen van water. De temperatuur daalt omdat het verdampen energie vraagt. Daar heeft het groen wel water voor nodig. Voor een volwassen boom is dat in de zomer zo’n 150 liter per dag. Meer groen vraagt dus ook om meer grondwater.

Waar blijft het water bij hevige buien?
In Nederland regent het 7% van de tijd. Alleen bij een hoosbui verdwijnt niet al het regenwater direct in het riool. Dan moet het water dus even op straat en in het groen wachten tot het afgevoerd kan worden. Het opvangen van dat water vraagt veel ruimte, die voor een deel maar eens in de tien, vijftig of honderd jaar nodig is. Multifunctioneel gebruik van de schaarse ruimte ligt daarom voor de hand.

Op dit moment vinden we buien waarbij in een uur vier emmers water per vierkante meter valt (40 mm) fors. Buien van meer dan 60 mm binnen één uur komen in Nederland nu al, dus zonder verdere klimaatverandering, vaker dan 70 keer per jaar voor. En als u 65 jaar op dezelfde plek woont is de kans dat zo’n bui één of meerdere keren op uw dak valt groter dan dat dat niet gebeurt. De klimaatverandering zet door. We moeten voor de toekomst rekening houden met hoosbuien van 90 mm in een uur of meer. Tegelijkertijd neemt de omvang van het stedelijke gebied toe. Ook wordt het aandeel asfalt, klinkers, tegels en daken in de wijken steeds groter, waardoor er steeds minder regen direct in de bodem terechtkomt.

Schade beperken
Het is hinderlijk als regenwater op straat blijft staan, ook al is het maar voor even. Het zou echter ontzettend veel extra geld kosten als we die hinder niet af en toe accepteren. Schade willen we zoveel mogelijk voorkomen. Denk bij schade aan:

  • Regenwater dat (vanaf de straat) gebouwen in loopt (materiële schade)
  • Vuilwater dat uit de riolering de straat op stroomt (gezondheidsrisico)
  • Putdeksels die losraken (veiligheidsrisico)
  • Water op straat waardoor belangrijke verkeersaders worden geblokkeerd (belemmering voor hulpdiensten en economische schade)

Een systeem dat ook bij de verwachte klimaatverandering effectief blijft, vraagt om berging in stedelijk gebied vlak bij de plek waar de regen valt, om voldoende afvoercapaciteit en om voldoende ruimte en afvoercapaciteit in het regionale oppervlaktewatersysteem.

Nieuw stedelijk gebied
Nieuw te ontwikkelen en her in te richten gebieden kunnen zeer waterrobuust worden aangelegd, als het ontwerp voorziet in:

  • Voldoende ruimte waar regenwater kan worden geborgen zonder schade te veroorzaken.
  • Een structuur die zorgt dat regenwater daar vanuit het hele gebied kan komen.
  • Op een veilige hoogte aanleggen van gebouwen en kwetsbare functies, zoals regelstations van nutsvoorzieningen en hoofdontsluitingsroutes.
    Dit kost geld, maar vaak minder dan bij aanpassingen achteraf.

Uitvoeren stresstest wateroverlast
Een stresstest geeft inzicht in de effecten van hevige regen in een wijk of straat. Bij de stresstest wordt met een computermodel gesimuleerd wat er gebeurt als er een bui op een gebied valt, bijvoorbeeld een bui die maar eens in de 100 of 1000 jaar voorkomt. De beheerder kijkt dan naar het functioneren van de riolering en het watersysteem in combinatie met het functioneren van de bovengrondse inrichting. Blijft het water in de hele wijk netjes tussen de stoepranden of is er een lager punt waar het water van verderop naartoe stroomt? Welke tuinen lopen onder en welke kelders? De effecten van deze stresstest worden met alle betrokkenen in het gebied besproken (de zogenoemde risicodialoog). Gezamenlijk bepalen de betrokkenen welke effecten ongewenst zijn en wie daartegen welke maatregelen neemt.

De rol van de raad

Elke gemeente bepaalt zelf wat zij acceptabel vindt en wat niet. In afstemming met bewoners, bedrijven en waterschap neemt de gemeente maatregelen om schade door te veel of te weinig water te voorkomen. Een hoger ambitieniveau vraagt meer middelen.

Stel uzelf de vraag:

Welke keuzes maakt ik in de balans tussen ambitieniveau en middelen?

Hoe gaat mijn gemeente de gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte beperken?

Welke schade en overlast wil ik accepteren?

logo Stichting RIONED

Stichting Rioned
Galvanistraat 1, 6716 AE Ede
T 0318 631 111
E info@rioned.org
www.riool.net

Cookieverklaring